Auteur: L. Kombrink
Titel: De Zeeburcht
Onderwerp: Oud-Kraggenburg
Impressum: Leiden:  J.J. Groen en Zoon
Bespreking: Jan Smit


“De Zeeburcht” speelt zich helemaal af op Oud-Kraggenburg. Het is voor een deel een autobiografische roman geschreven door Lammert Kombrink. Hij was een zoon van Caspar Kombrink, één van de vuurtorenwachters van Oud-Kraggenburg. Op Oud-Kraggenburg woont Louw Kortrink met zijn vrouw Nanne. Nanne komt van Schokland. Ook over zijn moeder heeft Kombrink een boek geschreven met als titel “De bruid van de Schokland”. Het boek geeft een beschrijving van het leven op Oud-Kraggenburg, zo rond het eind van de dertiger jaren in de vorige eeuw. (In het boek staat geen verschijningsdatum). Veel gebeurt er niet op Oud-Kraggenburg; vooral de winters zijn lang, streng en saai. ’s Zomers is er nog eens wat afwisseling, dan komen de Vissen, vader en zoon Vis, steenzetters, zij repareren de beide strekdammen. Er komen vissers uit Grafhorst. Toch leest het boek wel lekker weg, hoewel het taalgebruik natuurlijk niet meer van deze tijd is. Het is duidelijk een christelijke roman, maar dat is niet storend. Het geeft een prachtig tijdsbeeld van 2 mensen op een eenzame plaats. Het boek besluit met de volgende dichtregels:


 

Eens rolden hier de grote zilte baren,
en zeilde ’t schip, gedreven door de vloed.
Thans rijzen er de gouden korenaren
en brengen vrucht in rijke overvloed.
 


Helaas is het boek alleen nog antiquarisch te koop.