Voorsterbos

Het Voorsterbos werd in 1944 aangeplant op de voormalige Zuiderzeebodem. Daarmee is het een van de oudste bossen in Flevoland. Het bos werd aangeplant in een deel van de polder dat te nat was voor de landbouw. De bodem bestaat hier namelijk uit zand en keileem, waardoor regenwater moeilijk wegzakt.
De bosbouwers hadden destijds geen ervaring met zo'n bodem en besloten daarom allerlei verschillende soorten bomen te planten. Hierdoor ontstond in korte tijd een heel gevarieerd bos.
Lees meer over het Voorsterbos op de website van Natuurmonumenten.


In het meinummer van Natuurbehoud 31e jaargang, mei 2000, stond het volgende artikel over het Voorsterbos:

Een beetje woester kan geen kwaad
Tientallen jaren geleden stonden er, keurig in het gelid, lange, rechte bomen, die ooit moesten gaan dienen als lantaarn- of heipaal. Het Voorsterbos in de Noordoostpolder was een productiebos. Niet bedoeld voor het mooi, maar voor het nut. Sinds 1997 is het in bezit van Natuurmonumenten. Er hoeven geen heipalen meer vandaan te komen en langzaam maar zeker krijgt de wilde natuur er de overhand. Voor de bezoeker valt er al veel te genieten.

Hoe een heipalenbos in de polder een woud wordt
Nu de bomen beginnen te groeien, wordt het spannend in het Kraggenburgse Voorsterbos. Smalle wandelpaden slingeren zich door het dichte struweel van jong en oud bos; door open terrein en donker sparrenwoud of langs stille watertjes. En met een beetje geluk wordt je om de bocht verrast door een ree of vos.

Woeste wouden hoef je in de in 1942 drooggelegde Noordoostpolder niet te verwachten. Wel afwisselende natuur op weg geholpen door Natuurmonumenten. Dat blijkt tijdens een wandeling met beheerder Jan Akkerman. Nog maar nauwelijks hebben we een bos met grote populieren tussen jong opschot achter ons gelaten of we staan in een open veldje, waar vlinders de voorjaarsbloemen afstruinen. Verderop ligt een waterpoeltje, ruim een jaar geleden gegraven, en nu al vol leven. "Door het hier open te houden, hopen we de kamsalamander uit het achterland te lokken. Er is er al twee keer eentje gezien." Akkerman is enthousiast over zijn bos. Met hulp van vrijwilligers is hij druk in de weer om het saaie productiebos van weleer om te toveren tot een spannende omgeving waar wandelaars de natuur van nabij kunnen zien, horen, ruiken en ook voelen, zoals hij laat zien door even een trilzwam aan te raken, die als bruine drilpudding op een omgevallen boomstam naast het pad groeit.

Houtproductie
Natuurmonumenten verwierf het Voorsterbos in 1997 van Staatsbosbeheer. Sinds de aanleg in 1944 was de houtproductie er een belangrijke doelstelling. Dus: bomen in het gelid en kaarsrechte paden voor de houtafvoer. "Er was hier weinig te beleven," zegt Akkerman. "Daarom zijn we gestopt met het maaien van de paden. Dat had direct effect. De orchideeën namen enorm in aantal toe, het wilgenroosje kwam op, look-zonder-look en koninginnenkruid. Al die bloemen trekken vlinders en andere insecten aan, waardoor de wandelaar meteen veel meer heeft te zien."

Stapsgewijs ging Akkerman met zijn team verder. Rechte paden zijn weinig opwindend, en daarom begon hij met de aanleg van smalle, slingerende paden. Dwars door het groen, waardoor je er nu oren en ogen tekort komt: jodelende wielewalen in de boomtoppen en op de grond allerlei tinten groen van varens en donzig mos. Als sokjes sluiten ze om de stakerige boomvoetjes. En als het nat is, zul je dat weten ook: laarzen aan en soppen maar.

Honderd jaar vooruit denken
"Het gaat om de natuurbeleving," zegt hij, op een omgevallen boomstam wijzend. Langzaam wordt die overgenomen door varens, paddestoelen, ontkiemende zaden en insecten. Om de natuur een handje te helpen, zijn hier en daar bewust bomen met wortelkluit en al omvergeduwd. Alsof ze door een storm zijn neergeblazen. Eenmaal begroeid vormt de kluit straks een groene oprisping in het landschap, terwijl in de achtergebleven kuil kikkers paren en reeën drinkwater vinden. "Je kunt hier ook leuk vogelen," vertelt Akkerman als we een slootje oversteken, dat met takken en zand min of meer begaanbaar is gemaakt. "We hebben wielewalen, spechten, nachtegalen, appelvinken, boomklevers, matkopmezen... Een hele belevenis, hoor. En bij de speelweide aan de andere kant zie je op een winterdag de ransuilen in de dennenbomen slapen." Af en toe moet de beheerder honderd jaar vooruit denken. Hij wijst op een beuk die met zijn buurjongens strijdt om een plekje in het licht. "Die kun je ruimte geven door de bomen eromheen weg te halen. Dan krijg je op den duur een fraaie grote beuk, zoals je die ook in oude bossen ziet. Dat zijn straks de parels van een wandeling."

Ringen van bomen
Een andere mogelijkheid om in het bos meer variatie aan te brengen, is het "ringen" van een boom. Door het onderbreken van de sapstroom gaat de boom langzaam dood, zonder meteen om te vallen. Leuk voor spechten en insecten. "Zulke kleine ingrepen doen we af en toe, net als het omgooien van een paar bomen. Maar dan moet je er daarna ook van afblijven."

Plotseling gaat het loofhout over in een lekker donker sparrenbos. Akkerman haalt eens diep adem en snuift de karakteristieke harsgeur op. We lopen dwars door het bos, niet meer erlangs zoals vroeger het geval was. "We laten vrijwel al die rechte paden dichtgroeien. Een dode boom ervoor en ze zijn afgesloten. Slechts een paar stukken blijven intact, zodat de wandelaar ook een alternatieve route kan lopen." Je moet je beheer afstemmen op de gebruiker, meent Akkerman. "Door wandel- fiets- en ruiterpaden van elkaar te scheiden, hebben de verschillende gebruikers van het bos geen last van elkaar. Daarom ook is een deel van het Voorsterbos ingericht voor andere vormen van recreatie; daar zijn een speeltuin, een speelweide, een restaurant en een camping. De andere delen zijn rustige gebieden. Daar heb je meer kans om wild tegen te komen."